Het incident rond Verdonk en de imam uit Tilburg die haar geen hand wilde geven duidt op selectieve verharding.
Stel je nu eens de volgende situatie voor: Verdonk wordt uitgenodigd bij een Japanse ceremonie om de integratie van Japanners in Nederland te bespreken. De Japanner die Verdonk begroet doet dat met een vrome buiging. Verdonk buigt plechtig terug zoals ze dat wel eens gezien heeft. Geen hand, geen probleem.
Waarom gaat het hier goed, en bij de imam niet? Ten eerste kan Verdonk slechte voorbereiding verweten worden (ze redeneerde: geen hand = geen respect). Ten tweede zijn de moslims in Nederland zo gestigmatiseerd als een bedreiging dat zij worden geacht zich tot in detail aan te passen aan de Nederlandse gewoontes (het zijn geen schattige Japanners).
Een hand geven is voor Nederlanders slechts een makkelijke gewoonte om vorm te geven aan een begroeting. Het zit niet ‘diep’. Blijkbaar zat het wel ‘diep’ voor de Tilburge imam; het komt voort uit zijn geloofsovertuiging. Als we het dus simpel tegen elkaar afwegen, moet in mijn pragmatische ogen Verdonk zich aanpassen. Als bijvoorbeeld zou blijken dat de imam niet wil praten met Verdonk omdat ze een vrouw is in een leidinggevende positie, zou de imam zich moeten aanpassen omdat dat in Nederland fundamenteel in de samenleving zit ingebakken (tenminste sinds 1919).